zaterdag 20 juni 2009

Verslag 120ste werknamiddag: zaterdag 20/06/2009

Tot op 50 cm. diepte: enkele verspreide dakpannen en scherven. Op ongeveer 7m van het oostelijke uiteinde van de sleuf, op een diepte van 50 tot 80cm. Dwarse brandlaag, smal maar dik, zonder afzonderlijk gruis of scherven, doch kern bevat nog veel houtskool. Monster bewaard, zie de profielen. HO 47/21 IS WEL VERBRAND HOUT EN NIET VERROT HOUT. Dit is de omschrijving van Prof. De Laet voor item HO 47/21. Dit kleine onooglijke item had iedereen wel al eens ter hand genomen, steeds met dezelfde bemerking, “dit is zeker geen scherf, maar wat dan wel?”. Aan gewicht en structuur moet het organisch zijn. Oké, nu werkt het op mijn systeem, ik sleur het opgravingverslag van Prof. De Laet erbij. Hopelijk vind ik iets terug.

Na enig speurwerk heb ik geluk. Ik vind de hierboven omschrijving van het vernoemde item terug.

Het illustere stukje verbrand hout.

Toch ben ik nog niet volledig tevreden. Verder onderzoek in het cultureel jaarboek van de Prov. O.- Vl. van 1948, blz. 156 vind ik de volgende voetnoot. “De sleuven en opgravingsvlakken 47/21 en 47/27 die we in het oostelijke gedeelte van het perceel kad. C. 226 juist ten noorden van de veldweg hebben laten opgraven leverden ook enkele belangrijke grondsporen (van een houten gebouw of omheining) doch het onderzoek is hier nog niet beëindigd. We stellen er dus de bespreking van uit tot een volgend verslag.”. Dit is weeral een stapje verder, maar ik ben nog niet content. Dus jaarboek van de Prov. O.-Vl. van 1949 ter hand. Blz. 325.: “Van dit eerste heiligdom hebben we tot nog toe niet de juiste ligging, noch het grondplan kunnen bepalen. Misschien zijn enkele brandsporen die we in 1947 in het naburige veld ontdekt in verband met dit eerste heiligdom te brengen.”. Nu wordt het al een beetje interessanter. Maar verder vind ik momenteel geen spoor van een uitgebreider verslag over deze zone. We kunnen hier wel vaststellen dat het niet uitgesloten is dat we hier vermoedelijk te maken hebben met een restant van het eerste fanum. Verder onderzoek in het opgravingdossier zal hopelijk uitsluitsel brengen. Natuurlijk hopen we nog meer materiaal uit deze sleuf aan te treffen dat ons verder uitsluitsel kan geven over dit gedeelte van ons onderzoek. We zullen zeker niet nalaten om ook de opgravingplannen aan elkaar te toetsen. (wordt vervolgd).
Ondertussen worden we vergast door enkele museumbezoekers die de weg naar ons heiligdom hebben gevonden en versteld staan van wat er daar op die museumzolder gebeurt.

Toevallige bezoekers zijn aangenaam verrast en luisteren aandachtig naar wat die zoldermotten te vertellen hebben.

Arnout die vandaag ook van de partij is, werkt ondertussen in alle stilte verder aan ons typologiewerk en is begonnen met het openleggen van een bepaalde soort aardewerk (zwartkleurig met grove verschraling en dikwandig). Dit aardewerk is afkomstig uit verschillende dozen, maar doordat alles geficheerd is kunnen we ons nu permitteren om dit allemaal te vermengen. Dit zal het refitten wel vergemakkelijken. We zullen niet meer van her naar der hoeven te hollen. Dit ficheren en nummeren is een hele opdracht maar levert toch mogelijkheden op om ons werk te vergemakkelijken, zoals we geleerd hebben systematisch en beredeneerd te werk gaan.

Arnout met het openleggen van het eerste op typologie gebracht aardewerk.

17u30 slaat de klok: einde werkzaamheden. Vlug naar huis dat we kunnen beginnen aan de verslaggeving van vandaag.
Heeft een mens nu ooit eens gedaan?

Geen opmerkingen:

Een reactie posten